Economie

De Azteekse beschaving werd draaiende gehouden door hun goede economie. De Azteken deden onder andere aan handel, landbouw en schatting. De handelscontacten van de Meso-Amerikaanse gemeenschappen zorgden zelfs voor verspreiding van kunst en politieke en religieuze ideeën.

De belangrijkste reden voor de welvarende handel was de bodem en het klimaat dat heel anders was in de verschillende gebieden. Een andere bron van inkomen was de schatting. Dit systeem van belastinginning droeg bij tot hun rijkdom.

Schatting…

Azteekse belastinginners, de calpixques, gingen om de paar maanden langs bij alle steden om de schatting te ontvangen. Deze schatting bestond uit goederen uit de verschillende gebieden. De schatting gebeurde vooral tijdens de oogsttijd. Wanneer men weigerde bij te dragen aan de schatting, betekende dit oorlog!

Handel en handelsexpedities

De Azteken hadden naast schatting ook andere manieren om aan hun benodigdheden te komen: de handel. Deze kwam tot stand door de arbeidsspecialisatie. De Azteken hadden een systeem voor de uitwisseling van goederen. Het handelen was voorbehouden voor de Azteekse middenklasse.

Het handelen gebeurde via koop en verkoop op de markten. In de meeste steden was er een dagelijkse markt (tianquitzli). Op deze markten was in elke stad hetzelfde te vinden. Andere markten specialiseerden zich. Zo waren er bijvoorbeeld de markten van Coyoacán, hier verkocht men hout, voor honing kon men terecht bij Cholula en Azcapotzalco voor slaven.

De goederen, zoals stoffen, etenswaren en goud, werden geruild, maar er bestond ook een soort munt: cacaobonen en katoenen dekens en pluimen. Koopwaar werd ook meestal per soort uitgestald, zo ontstonden er afdelingen. Deze markten waren de perfecte gelegenheid om roddels en nieuws uit te wisselen met mensen uit andere steden. Natuurlijk werden deze markten ook gecontroleerd door ambtenaren die de goederen nakeken op prijs en kwaliteit en ervoor zorgden dat iedereen zijn stageld betaald had.

Ook was er een groep kooplui die al reizend hun goederen verkocht. De reizende handelaars of de pochteca waren verenigd in een koopmansgilde. Hier golden hun eigen rechten en god. Yacatecuhtli betekent ‘de Heer die leidt’ of ‘Heer Neus’. Aan deze god brachten ze offers zodat ze bescherming hadden tijdens hun reizen.

De pochteca vertrokken steeds met groepen soldaten op rondreis door de vallei van Mexico. Op deze manier waren ze extra beschermd. De reizende handelaars verkochten allerlei goederen van andere kooplieden op deze expedities. Deze goederen verkochten ze in opdracht van kooplieden. In ruil kregen zij luxeartikelen zoals cacaobonen, stoffen, goud, verf, kralen enzovoort. Opvallend aan deze expedities was dat de Azteken geen lastdieren gebruikten. Ze droegen alles zelf op hun rug. Het vreemde is dat de Azteken het wiel gebruikten bij speelgoed, maar niet als vervoermiddel. Veel handelaars verplaatsten zich ook door middel van kano’s.

Het wiel werd gebruikt bij speelgoed, maar nooit als middel om zich te verplaatsen.

De kooplui liepen nooit te koop met hun rijkdom, die bestond uit luxeartikelen zoals mooie stoffen, goud, katoen, veren en kralen van jade en koper. Deze werd zelfs angstvallig verborgen. De goederen werden afgedekt en in een huis verstopt. De mooie kleren die ze droegen, dekten ze af met eenvoudige mantels van cactusvezels. Dit alles deden ze om te voorkomen dat de rijken jaloers werden.

Doordat de kooplui steeds rondreisden en dus met andere volkeren in contact kwamen, werden ze ook op een ander gebied ingeschakeld. Vaak zaaiden zij onrust in andere steden om zo een aanval uit te lokken. Ook brachten de handelslieden verslag uit aan de Azteekse oversten over de bezittingen en de krijgsmachten van steden in andere rijken.

Ambachten

De ambachtslieden of tolteca (genoemd naar hun voorouders, de Tolteken) hadden een aangenaam leven. Ze leefden afgezonderd van de rest van het volk. Hierdoor hadden zij andere goden en feestdagen. Ambachten en de bijhorende vakkennis werden overgedragen aan de kinderen. Verschillende soorten ambachten vonden plaats in het Azteekse rijk: wevers, pottenbakkers, leerbewerkers, makers van sandalen, botenbouwers, nettenknopers, schilders en vele anderen.

Metaalbewerking

De metaalbewerkers van het Azteekse rijk maakten sieraden. Dit deden ze met metalen zoals koper, goud en zilver. Om de sieraden te ontwerpen, gebruikte men een techniek van de oude Grieken, de ‘verloren was-techniek’. Deze hield in dat de metaalbewerker een voorwerp in klei maakte. Dit konden hangertjes, oorbellen of piercings zijn. Het voorwerp kreeg hierna nog een laag bijenwas. Het voorwerp werd hierna gevuld met gesmolten metaal. Het model werd verwijderd wanneer het metaal afgekoeld was.

Veerbewerking

Veren werden vaak gebruikt in de Azteekse maatschappij. Mozaïeken, hoofdtooien en mantels werden ermee versierd. De veren van de Quetzal vogel waren het meest gewild. Daarom schakelde men 300 man in om deze vogels te verzorgen en de veren te verzamelen. Veel voorwerpen zijn er niet bewaard gebleven, omdat de veren niet zo duurzaam zijn zoals bijvoorbeeld metaal.

Een voorbeeld van een hoofdtooi met veren.

De ambachtslieden die luxeproducten maakten, zoals kunstenaars, werden streng gecontroleerd door de staat. Kunstenaars waren belangrijke ambachtslieden bij de Azteken. Zij maakten kunst in functie van de godsdienst. Hierdoor genoten zij een groot aanzien. De kunstuitingen waren bijvoorbeeld beeldhouwwerken van goden en overwinningen, muurschilderingen in tempels en paleizen, juwelen enzovoort.

Chinampa’s

Naast de verschillende ambachten speelden de landbouwers ook een belangrijke rol. De landbouwproductie gebeurde op terrassen op berghellingen en op chinampa’s. Deze chinampa’s of drijvende tuinen bevonden zich meestal op het meer van Texcoco. De drijvende tuinen waren eigenlijk akkers op het water.

Chinampa’s werden in ondiepe gebieden gemaakt. Deze waren ongeveer 100 meter lang en 10 meter breed. Eerst werden er palen in het meer geplaatst. Daarna begon men aan de fundering. Deze bestond uit riet en takken, verzwaard met stenen. Modder uit het meer verstevigde de fundering. Wilgen werden altijd langs de chinampa’s gepland. Hun wortels zorgden ervoor dat de grond niet wegspoelde. Hierdoor leek het alsof ze op vaste grond stonden.

De meeste families bewerkten zes chinampa’s. Er was zelfs sprake van regionale specialiteiten; cacao, zout en maïs werden onder andere geproduceerd.

Nadat de Tepaneken verslagen werden heerste er een vrije economie in het Azteekse rijk. Landbouwers waren verplicht een deel van de opbrengst af te staan aan hun landheren. Zij konden dus geen privégrond bezitten. Ook de ander burgers bezaten geen grond. Alle stukken grond werden als een deel van de calpulli (Azteekse stam) beschouwd, of werden gezien als land van een politieke of religieuze institutie.

Chinampa’s

Chinampa-velden bij Xochimilco. Deze werden aangelegd door de Azteken in de 15de eeuw. Ze worden nog steeds gebruikt door de Mexicanen

Bronnen

PHILLIPS C, JONES D.M., De wereld van de Maya‟s en de Azteken, blz. 58-76
Wood, T., De Azteken, blz.22
ACKROYD P., Rijzen door de tijd: De Maya‟s, Inca‟s en Azteken, vertaald door Standaard Uitgeverij, blz. 51
WOOD T., De Azteken, blz. 28
ACKROYD P., Rijzen door de tijd: De Maya‟s, Inca‟s en Azteken, vertaald door Standaard Uitgeverij, blz.43-51
Wood, T., De Azteken, blz. 29
ACKROYD P., Rijzen door de tijd: De Maya‟s, Inca‟s en Azteken, vertaald door Standaard Uitgeverij, blz. 46
EVANS T., Ancient Mexico and central America, blz.466
GRUZINSKY S., De Azteken en hun beschaving, blz.25
JONES D.M., De wereld van de Maya‟s en Azteken, blz. 80